|
|
Klaar staan voor een ander
De spil van de vereniging, grootste sponsors, ach dat zijn zo enkele uitdrukkingen die van toepassing zijn op de vrijwilligers van een vereniging. We weten allemaal hoe onmisbaar ze bij v.v. Capelle zijn. Gelukkig zijn er veel mensen die een gedeelte van hun vrije tijd beschikbaar stellen, want als er geen scheidsrechters, leiders, commissieleden etc. waren, kwam er van dat voetballen en trainen weinig terecht. Maar ook de velden en de gebouwen moeten onderhouden worden, doeltjes gerepareerd en noem maar op. Het gesprek waarvan hieronder het verslag, is gevoerd met enkele leden van de werkploeg bestaat uit mensen die al vele jaren lid zijn van de vereniging en met elkaar graag klaar staan voor de vereniging en haar leden. Capellelegende Piet de Jong is dagelijks op het sportpark te vinden. Wat klussen betreft is Piet van vele markten thuis, hij legt uit dat het niet zo vanzelfsprekend is dat je op zaterdag naar het sportpark gaat en even kunt voetballen. “Er moet heel veel gebeuren om dat mogelijk te maken. In de periode waarin we nu zitten, de voorbereiding op het nieuwe seizoen, vragen de velden bijvoorbeeld veel aandacht. Een paar mensen hebben een dagtaak aan het onderhoud daarvan. Vier of vijf keer per week moet er gemaaid worden en ook de lijnen moeten opnieuw aangebracht worden. Vanwege deze drukte en omdat vanwege de vakantie veel mensen weg zijn, kom je aan het andere werk niet toe.”Johan de Jong is een van de specialisten van de werkploeg op elektriciteitsgebied. “Er is altijd wel wat te repareren of te installeren. Van stopcontacten tot internet. Van luidsprekers tot scorebord. Dat is allemaal best leuk werk. Bovendien vindt het bestuur het prettig als het allemaal weinig kost ha,ha,ha! We proberen dus echt zoveel mogelijk zelf te doen en ook hier en daar materiaal bijeen te scharrelen. Ik mag wel zeggen dat ik daar in de loop der jaren wel handig in geworden ben.”Het belangrijkste van de werkploeg vindt Wim Groenendijk dat je alles met elkaar doet en dat het gezellig is. “Als je niet met elkaar op kunt schieten, als het niet leuk is, heeft het weinig zin om wat voor de vereniging te doen,” legt Wim uit. “Maar juist omdat het zo gezellig is met elkaar, pak je samen alles aan. Ik heb de laatste weken veel gemaaid, maar de maaiermachines hebben ook in deze tijd veel onderhoud nodig. En timmerwerk is er ook haast altijd wel. Gewoon met z’n allen lekker aanpakken wat op dat moment nodig is. Leuk voor onszelf en leuk voor de club die daardoor veel geld bespaart.” “Ik vind het ook gewoon fijn om wat om handen te hebben,” vult Cor van Rossen aan. “Anders zat ik de hele dag thuis en dat is niks. Buiten dat ik het leuk vind om wat voor de club te doen, doe ik het ook voor mezelf.” Cor houdt zich doorgaans bezig met het ‘tuinierwerk’ op het sportpark, maar vooral op woensdagmiddag en zaterdagochtend is hij in zijn element. “Op woensdag train ik de mini’s en op zaterdagochtend fluit ik wedstrijden van de kleinsten. Ook dat is heel leuk.” Net als de andere mannen van de werkploeg volgt Cor ook de verrichtingen van het eerste elftal. “Zo ben je al met al aardig wat uurtjes bezig met zo’n club,” aldus Cor.“Soms denk ik wel eens dat ik niet goed bij m’n hoofd ben,” brengt Piet de Jong fijntjes naar voren. “Eigenlijk heb ik best wel veel andere hobby's, maar deze club krijgt het op de een of andere manier voor elkaar dat ik daar niet aan toe kom. Ik heb altijd veel gevist, ben al een jaar of zes met de Vut maar heb in die tijd nog geen hengel aangeraakt! In de voorbereidingsperiode zouden we best wat hulp kunnen gebruiken. Als het seizoen eenmaal op gang is, dan loopt het wel. Iedereen is dan weer terug van de camping en dan rooien wij Vutters het aardig met de hulp van de andere mannen van de zaterdagochtend en donderdagavond. Dat wil niet zeggen dat we geen extra handjes kunnen gebruiken. Er blijft genoeg te doen. Zo zouden we best nog een ijzerwerker kunnen gebruiken, dan hoef ik niet alleen al die constructies voor de reclameborden te maken. Maar iedereen die zin heeft om wat te doen is welkom. Want vele handen maken licht werk en er is zeker voor elk wat wils.”
|
|
|
|
|
|